Het 'schieten' van 'kamers' (kamersj sjete) is een zeer oud folkloristisch gebruik in Limburg. Deze oorverdovende vreugdeschoten worden onder andere afgevuurd om de kermis in te luiden, als saluut voor een nieuwe schutterskoning, of bij andere feestelijke gelegenheden in stad of dorp.


De kamer wordt gevuld
met rulle, droge leem


De 'kamers' waar hier sprake van is, zijn van oorsprong de kamers van kanonnen. In de tijd toen men nog geen granaten in hulzen gebruikte, kon men de achter-zijde van de loop van het kanon losmaken. In dit achterste gedeelte kwam de zogenaamde 'drijflading', dus het buskruit dat nodig was om het projectiel af te schieten. Om een kanon te laden, plaatste men eerst via de achterzijde een grote ronde kogel in de loop. Hierachter plaatste men een geladen kamer. Door een klein gaatje boven in de kamer, bracht men de kruitlading tot ontbranding, waar-door de kogel met grote kracht afgeschoten werd. De gebruikte kamer, werd dan van de achterzijde van het kanon verwijderd, waarna men weer een nieuwe kogel met een nieuwe kamer kon laden. Enerzijds kon men hierdoor sneller achter elkaar vuren, anderzijds was het voordeel dat men het kanon niet uit zijn stelling of uit het schietgat hoefde te halen om het geschut via de monding van de loop te herladen.


Een houten pennetje sluit de
onderzijde van de kamer af

Een kamer is een soort pot die van staal of gietijzer gemaakt is. Aan de bovenzijde van de kamer zit een groot rond gat; aan de onderzijde zit een klein gaatje met een gootje of lipje eronder. Via dit kleine gaatje wordt de geladen kamer tot ontsteking gebracht. Alvorens een kamer geladen wordt, wordt deze eerst gecontroleerd op barsten of scheuren. Een kapotte kamer zou namelijk uit elkaar kunnen spatten wanneer deze afgeschoten wordt, uiteraard met alle gevaren van dien. Wanneer een kamer in orde bevonden is, wordt eerst het kleine gaatje aan de onderzijde afgedicht met een houten pennetje.


Met houten gereedschap
wordt de inhoud aangeklopt


Op de lip aan de voet van de kamer wordt een beetje kruit aangebracht


Kamer: geladen en klaar om afgeschoten te worden


Vervolgens wordt een bepaalde hoeveelheid buskruit in de kamer gebracht. De hoeveelheid hangt af van het soort kruit, maar in de regel is het ongeveer de inhoud van een borrelglaasje. Boven op deze kruitlading komt een prop kranten-papier, die met een houten pin en houten hamer aangeslagen wordt. Men neemt hiervoor houten gereedschap, aangezien ijzeren gereedschappen vonken kunnen veroorzaken waardoor de kamer al tijdens het laden afgaat.




Is deze papieren prop stevig aangeklopt, vult men de rest van de kamer met rulle leem. Deze leem is van te voren gezeefd zodat alle ongerechtigheden zoals kiezel, krantenresten en dergelijke eruit is. De leem dient natuurlijk ook volkomen droog te zijn, om te voorkomen dat vocht eruit trekt waardoor het kruit nat wordt. Ook deze leem wordt weer flink aange-klopt met de houten hamer en de houten pin.





In principe is de kamer nu klaar om afgeschoten te worden. De kamer wordt op een stevige en liefst droge ondergrond geplaatst. Kort voor het afvuren van de kamer wordt het houten pinnetje uit de onderkant van de kamer verwijderd en op het lipje onder deze kleine opening wordt ook een kleine hoeveelheid kruit gelegd. Bij het afvuren van de kamer, wordt deze kleine kruitlading tot ontbranding gebracht. Hierdoor ontsteekt via de opening in de kamer ook de 'hoofdlading', waarbij de leem- en papierproppen met oorverdovend geraas uit de kamer schieten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





 

 

 

 

 

 

Voor het ontsteken van een kamer kan men gebruik maken van een zogenaamde 'schietbout'. Dit is een lange, houten stok met aan het uiteinde een massieve metalen punt. Deze punt wordt al ruim van te voren gloeiend heet gestookt. Deed men dit vroeger met behulp van een kacheltje of het vuur van een veldsmidse, tegenwoordig doet met dit met behulp van gasbranders. Met deze flink verwarmde schietbout hoeft men het kruit op het lipje onder aan de kamer maar even aan te raken om het geheel tot ontploffing te brengen. Men kan de kamers ook tot ontploffing brengen door middel van het aanleggen van een kruitspoor dat langs de kamers loopt. Men moet hierbij wel opletten dat de ondergrond wel droog is, want als het kruitspoor vochtig wordt dan kunnen de kamers mogelijk niet afgaan. Kamerschieten is een zeer bekend iets uit vroegere jaren. In de dorpen rond ons heen gebeurd het kamerschieten tijdens feestelijkheden, zoals het binnenhalen van de den, het inschieten van de broonk, het kamerschieten bij de heiligenhuisjes tijdens de broonk enzovoorts. In Margraten is het kamerschieten jarenlang verboden geweest.

De reden daarvoor is de volgende:
We schrijven 1931 en wel 14 juni 1931. Margraten is in de ban van de kermis en zijn broonk. Maar deze dag zal de boeken in gaan als een van de zwartste dagen in de geschiedenis van de broonk. Op die dag verongelukt Giel Janssen bij het kamerschieten. De processie naar Termaar was gearriveerd bij het heiligenhuisje van de Hoeve Dobbelstein. Daar zou de zegen met het Allerheiligste worden gegeven. Tijdens de zegen stond Giel Janssen met z’n kamers opgesteld op de Rijksweg in de tuin van café Guus Prevoo (waar nu Familie Loo-Prevoo woont). Tijdens de zegen bij het afschieten sprong een kamer uit elkaar en raakte de borst van Giel Janssen. Hij was op slag dood. De toenmalige pastoor Janssen ontbond de processie en ging in allerijl naar de kerk om de Heilige Olie te halen, waarna hij Giel Janssen de laatste sacramenten toediende.
Voor Margraten was dit een ongelooflijk tragisch ongeluk. Alle kermisactiviteiten werden dan ook meteen geschrapt. Jaren  werd over dit verschrikkelijke ongeluk gepraat, zeker als de Broonk weer naar Termaar ging. De toenmalige burgemeester, de heer Ronckers, verbood met onmiddellijke ingang voor altijd het kamerschieten in Margraten. Ter nagedachtenis aan Giel Janssen staat op het kerkhof er een kruis op een hoog blok, dat bij binnenkomst van het kerkhof vanaf de voorzijde van de kerk meteen in het oog springt.

Dit verbod duurde 74 jaar. In 2005 herstartte de jonkheid van Margraten in samenwerking met schutterij Sint Sebastianus de traditie van het kamerschieten. Het eerste jaar, toen de broonk weer naar Termaar ging, werden weer kamers geschoten bij de heiligenhuisjes. Dat men nog altijd doordrongen was van het gevaar en het vreselijke verhaal van Giel Janssen bleek uit de hulp die gevraagd werd van de jonkheid van Sibbe. Deze mensen waren meer ervaren met het kamerschieten en leerden zodoende de kunst van het kamerschieten aan de kamerschietploeg van de jonkheid. Tegenwoordig verzorgt de kamerschietploeg het kamerschieten weer geheel zelfstandig.

Momenteel bestaat de kamerschietploeg uit:
Remy Meertens
Marcel Lousberg
Rob Douven
Marcel Loontjens
Philip Heijnen
Hay Vrancken
John Scheurs
Math Jongen




Het zorgvuldig klaarmaken van de kamers


Een lange baan kruid leggen voor de ontsteking

Alles ligt uitgelijnd op zijn plek



De lans

Het kruidlont is aangestoken



De kamers komen tot ontploffing